Ezechiël 32:21
Die machtichste van die vrome sullen tot haer spreken wt dat midden der hellen, di met haren helpers nederghedaelt zijn, ende hebben gheslapen ombesneden, ghedoodt metten sweerde.
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
In Context
Cross References
Psalms 9:17Die sondaeren moeten tsamen ghekeert werden ter hellen, alle die Heydenen die Godt vergheten.
Proverbs 14:32Door sijn boosheyt sal die ongoddelijcke wt ghestooten worden, maer die rechtuerdighe hoept in sijn doot.
Isaiah 14:9Die helle beneden is verstoort gheweest ten ontmoete van uwer toecomste, sij heeft v die ruesen verwect. Alle die princen der eerden sijn opghestaen van haren stoelen, alle die princen der natien.
Ezekiel 32:19Hoe dat ghy schoonder zijt? daelt neder, ende slaept metten onbesnedenen.
Ezekiel 32:27Ende sij en sullen niet slapen met die stercke ende met die vallende ende ombesnedene die ter hellen nederghedaelt sijn met haren wapenen, ende hebben hen sweerden ghestelt onder hen hoofden, ende hen boosheden waren in hen ghebeente, want sij sijn eenen grouwel van die stercke gheworden int lant der leuender.