bible.software › Genesis › Genesis 3 › Genesis 3:2
Genesis 3:2
Den welcken heeft die vrouwe gheantwoort Van die vruchten der boomen die int paradijs sijn eten wi,
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
And the woman said unto the serpent, We may eat of the fruit of the trees of the garden:
In Context
1MAer oeck het serpent was listigher dan alle ghedierte der eerden, die Godt die Heere ghemaect hadde, Dwelc heeft geseyt totter vrouwen. Waerom heeft v Godt gheboden, dat ghy niet eten en soudt van alderley boomen des paradijs?
3maer van die vrucht des booms die int midden des paradijs es, heeft ons Godt gheboden, dat wij niet eten en souden, ende dat wij dat niet en souden aentasten, op dat wij by auontueren niet en steruen.
Read all of Genesis 3
Cross References
Psalms 58:4Ten is mijn boosheyt niet noch mijn sonde o Heere, sonder boosheyt heb ick gheloopen ende bescict.
This Verse In Other Editions
Study Genesis 3:2