Jesaja 66:1
DIt seyt die Heere. Den hemel is mijnen stoel ende die eerde dat banxken mijnder voeten. Wat huys is dit dat ghy my timmeren sult? ende welc is dese plaetse mijnder rusten?
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
In Context
Cross References
2 Samuel 7:5Gaet henen, ende segghet mijnen knecht Dauid, Dit seyt die Heere. Meyndy dat ghy my suldt een huys maken om te woonen?
1 Kings 8:27Salmen hierom oock meynen dat Godt oock warachtelijck op aertrijck woont? Want eest dat den hemel ende die hemelen der hemelen v niet begrijpen en connen, hoe veel te meer en sal dit huys dwelck ick ghetimmert hebbe dat niet vermoghen?
2 Chronicles 2:5Want het huys dat ic begheer te timmeren es groot, aenghesien dat ons Godt groot es bouen alle goden.
Psalms 11:4Die gheseyt hebben, ons tonghe sullen wij groot maken, ons lippen sijn van ons, wie is ons Heere?
Jeremiah 7:4En wilt niet betrouwen in die woorden der loghenen seggende. Des Heeren tempel, des Heeren tempel, des Heeren tempel ist,