The Bible Software
bible.software › Richtere › Richtere 15 › Richtere 15:4

Richtere 15:4

Ende hy is wech gheghaen, ende heeft drij hondert vossen gheuanghen ende bantse steert aen steert, ende int midden van dien heeft hy fackelen ghebonden,

Leuvense Bijbel 1548

In The King James Version

And Samson went and caught three hundred foxes, and took firebrands, and turned tail to tail, and put a firebrand in the midst between two tails.

In Context

3Ende Samson heeft hem gheantwoordt, Van desen daghe en salt mijn schult niet sijn teghen die Philistijnen, want ic sal v lieden quaet doen.

5die welcke hy metten vier ontstekende heeft laten gaen dat sij herwaerts en derwaerts loopen souden. Die welcke sijn terstont gheloopen int coren vanden Philistijnen. Ende als dat ontsteken was, soo eest al verbrant, soo wel het coren dat te hoop ghedraghen was, als dat noch op sijn stroo staende was, soo vele dat die vlamme oock verslinde die wijngaerden, ende die olijfgaerden.

Read all of Richtere 15

Cross References

2 Samuel 14:30soo seyde hy sijnen knechten, Ghy weet wel Ioabs acker byden mijnen hebbende nv eenen oochst ghersten. Aldus gaet derwaerts ende verbrant dien metten viere. Hier om soo hebben Absaloms knechten dat coren opt lant aenghesteken metten viere. Ende Ioabs knechten comende met ghescoerde cleederen hebben gheseyt, Absaloms knechten hebben een deel vanden acker metten viere verbrant.

Song of Solomon 2:15Vangt ons die cleyne voskens, die de wijngaerden verderuen, want onsen wijngaert is ghebloeyt.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Richtere 15:4

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Richtere 15:3Richtere 15Richtere 15:5 →