Leviticus 17:13
Soe wat mensch van die kinderen van Israhel oft vanden wtlanders die onder v als vreemdelinghen woonen, eest dat hi door iaghen oft vlieghen eenich wilt dier, oft voghel gheuanghen heeft welckmen eten mach, soo sal hi dbloet van dien storten, ende dat met aerden bedecken,
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
In Context
Cross References
Leviticus 7:26Ghi en sult ooc gheen bloet van eenighen beesten tot v spijse nemen, so wel vanden voghelen als vanden vee.
Deuteronomy 12:24Maer ghy sullet op die aerde storten ghelijck water,
1 Samuel 14:32Ende ghekeert sijnde totten roof namen sij scapen, ossen, ende calueren, ende si sloeghen die doot op die aerde, ende het volck adt metten bloede.
Ezekiel 24:7want zijn bloet is int midden van hem, op eenen alder glatsten steen heeft hi dien wtghestort, hi en heeft hem niet wtgestort op deerde, dat hi soude mogen ouerdect worden metten ghestubbe,