Numberi 13:33
Ende sij hebben dat lant (dwelck sij besien hadden) gelastert by die kinderen van Israhel, segghende, Dlant dat wi bespiet hebben, verslint sijn inwoonders, het volc dat wi ghesien hebben is van grooter hoochden,
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
In Context
Cross References
Numbers 13:22Ende als sij opghetrocken waren, so hebben sij dat lant bespiet, van die woestijne Sin, tot Rohob alsmen coemt in Amath.
Deuteronomy 2:10Emim waren dierste inwoonders van dien, een groot ende machtich volck, ende soo hooghe van lingden, datmen gheloofde dat sij van Enacims gheslachte waren
Deuteronomy 9:2een groot ende lanck volck, Enacims kinderen die ghy selue ghesien ende ghehoort hebt, den welcken niemant en can wederstaen,
1 Samuel 17:24Maer alle die van Israel, als sij den man ghesien hadde, vloden van sijnen aensicht vreesende hem seere.
2 Samuel 21:20Die vierde orloghe was te Geth, in die welcke was een lanck man die ses vingheren hadde aen elck van sijnen handen, ende ses teenen aen elck van sijnen voeten, dat is vierentwintich, ende hy was vanden gheslachte van Arapha.
Isaiah 40:22Die opden omganck der eerden sidt, ende zijn bewoonders sijn als sprinchanen, die de hemelen wtrect als niet, ende spantse wt als een tente om daer in te woonen.