Filémon 1:14
maer sonder uwen raet en wilde ic niet doen, op dat v duecht niet sijn en soude wt bedwanck maer ghewillich,
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
In Context
Cross References
1 Chronicles 29:17Ick weet wel mijn Godt dat ghy die herten ondersoect ende die simpelheyt bemint. Daer om heb ic in die simpelheit mijns herten blijdelijck gheoffert alle dese dinghen, ende v volck dat hier gheuonden es, heb ic met grooter blijscap ghesien v giften offeren.
1 Corinthians 9:7Wie strijt op sijns selfs soudie tot eenighe tijden? Wie plant eenen wijngaert, ende en eedt van diens vruchten niet? Wie voedt een cudde, ende en eet van dat melck des cudden niet?
2 Corinthians 1:24niet om dat wij ouer v ghelooue heerscappie hebben, maer want wij helpers sijn van uwer blijscappen, want door tghelooue staet ghy.
2 Corinthians 9:5Daerom heuet my nootlijck gedocht die broeders te bidden, dat sij vore tot by v lieden comen souden, ende te voren bereyden dese voerbeloefde benedictie, dat sij soo mach bereyt wesen als een benedictie ende niet als een ghiericheyt. ✣
Philemon 1:8Waerom ick groot betrouwen hebbende in Christo Iesu om v te ghebieden, tghene dat profijtelijck is,