The Bible Software
bible.software › 1 Corinthians › 1 Corinthians 1 › 1 Corinthians 1:23

1 Corinthians 1:23

— doch wij den gekruisigden Christus prediken, den Joden wel een ergernis en den volken een dwaasheid

Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge

In The King James Version

But we preach Christ crucified, unto the Jews a stumblingblock, and unto the Greeks foolishness;

In Context

22En omdat de Joden teekenen begeeren en de Grieken wijsheid zoeken,

24zoo prediken wij hun die geroepen zijn, zoowel Joden als Grieken, den Christus Gods, als de kracht en de wijsheid Gods.

Read all of 1 Corinthians 1

Cross References

Matthew 11:6en zalig is hij, die zich aan Mij niet zal ergeren.

Luke 2:34En Simeon zegende hen en zeide tot Maria, zijn moeder: Zie, deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël, en tot een teeken dat wedersproken wordt;

John 6:53Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar Ik zeg ulieden: Als gij niet het vleesch van den Zoon des menschen eet en zijn bloed drinkt, dan hebt gij geen leven in u zelven.

Acts 10:39En wij zijn getuigen van alles wat Hij gedaan heeft, zoowel in het land der Joden als te Jerusalem; dien zij ook aan een hout gehangen en omgebracht hebben.

1 Corinthians 1:18Want het woord des kruises is wel dwaasheid voor degenen die verloren gaan, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht Gods.

1 Corinthians 2:2Want ik heb geen voornemen gehad om onder ulieden iets anders te weten dan alleen Jezus Christus en dien als den Gekruisigde.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study 1 Corinthians 1:23

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesJohn LightfootGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← 1 Corinthians 1:221 Corinthians 11 Corinthians 1:24 →