bible.software › 1 Corinthians › 1 Corinthians 4 › 1 Corinthians 4:7
1 Corinthians 4:7
Want wie onderscheidt u? En wat hebt gij dat gij niet hebt ontvangen? En als gij het ontvangen hebt, wat beroemt gij u dan alsof gij het niet ontvangen hadt?
Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge
In The King James Version
For who maketh thee to differ from another? and what hast thou that thou didst not receive? now if thou didst receive it, why dost thou glory, as if thou hadst not received it?
In Context
6Deze dingen nu, broeders, heb ik bij vergelijking toegepast op mij zelven en op Apollos om uwentwil, opdat gij in ons niets zoudt leeren boven hetgeen geschreven is, opdat niet de een ten behoeve van een ander opgeblazen worde tegen den ander.
8Reeds zijt gij verzadigd; reeds zijt gij rijk geworden; zonder ons hebt gij geheerscht; en ik zou willen dat gij zoudt heerschen opdat ook wij met u mochten heerschen!
Read all of 1 Corinthians 4
Cross References
Matthew 25:14Want het is als een mensch die, buitenslands gaande, zijn eigen dienstknechten riep en hun zijn goederen overgaf,
John 1:16Want uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en dat genade voor genade.
This Verse In Other Editions
Study 1 Corinthians 4:7