1 Thessalonians 2:3
Want onze vermaning was niet uit dwaling, noch uit onzuiverheid, noch uit bedrog;
Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge
In The King James Version
For our exhortation was not of deceit, nor of uncleanness, nor in guile:
In Context
Cross References
2 Corinthians 2:17Want wij zijn niet als die velen, die Gods woord te koop aanbieden, maar als uit oprechtheid, maar als uit God, voor Gods aangezicht, spreken wij in Christus.
2 Corinthians 4:5Want niet ons zelven prediken wij, maar Christus Jezus als Heer en ons zelven als uw dienaars om Jezus wil.
2 Corinthians 11:13Want dezulken zijn schijnapostelen, bedriegelijke arbeiders, zich voordoende als apostelen van Christus.
1 Thessalonians 2:5Want nooit hebben wij omgegaan met vleiende woorden, zooals gij weet, noch met bedekte gierigheid; God is getuige!
1 Thessalonians 4:1Ten slotte dan, broeders, verzoeken en vermanen wij u in den Heere Jezus, dat, zooals gij van ons geleerd hebt hoe gij wandelen moet en aan God behagen, gij ook alzoo wandelt, opdat gij meer moogt toenemen.