The Bible Software
bible.software › 1 Thessalonians › 1 Thessalonians 5 › 1 Thessalonians 5:10

1 Thessalonians 5:10

die voor ons gestorven is, opdat hetzij wij wakker zijn, hetzij wij slapen, te zamen met Hem leven zouden.

Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge

In The King James Version

Who died for us, that, whether we wake or sleep, we should live together with him.

In Context

9Want God heeft ons niet gesteld tot gramschap, maar tot het bekomen der zaligheid door onzen Heere Jezus Christus,

11Daarom, vertroost elkander en bouwt elkander op, zooals gij ook doet.

Read all of 1 Thessalonians 5

Cross References

John 10:11Ik ben de Goede Herder; de goede herder legt zijn leven af voor de schapen.

John 10:17Daarom bemint de Vader Mij, omdat Ik mijn leven afleg, opdat Ik het wederom neme.

Romans 5:6Want Christus, toen wij nog zwak waren, is ter rechtertijd voor de goddeloozen gestorven.

Romans 14:8Want als wij leven dan leven wij voor den Heere, en als wij sterven dan sterven wij voor den Heere. Hetzij dan dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren.

2 Corinthians 5:15omdat wij dit oordeelen dat één voor allen gestorven is; dan zijn ook allen gestorven. En voor allen is; Hij gestorven opdat de levenden niet meer voor zich zelven zouden leven, maarvoor Hem die voor hen gestorven is en verrezen.

Ephesians 5:2en wandelt in liefde, zooals ook Christus u bemind heeft en zich zelven heeft overgegeven voor ons tot een gave en een offer, Gode tot een welriekenden reuk.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study 1 Thessalonians 5:10

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← 1 Thessalonians 5:91 Thessalonians 51 Thessalonians 5:11 →