The Bible Software
bible.software › 1 Timothy › 1 Timothy 3 › 1 Timothy 3:7

1 Timothy 3:7

Hij moet ook een goed getuigenis hebben van degenen die buiten de gemeente zijn, opdat hij niet valle tot verachting en in een strik des duivels.

Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge

In The King James Version

Moreover he must have a good report of them which are without; lest he fall into reproach and the snare of the devil.

In Context

6geen nieuweling, opdat hij niet valle in het oordeel des duivels, door hoovaardigheid.

8De diakenen insgelijks moet eerbaar zijn, niet dubbel van tong, niet genegen tot veel wijn, geen vuil gewin zoekers,

Read all of 1 Timothy 3

Cross References

Mark 4:11En Hij zeide tot hen: Aan ulieden is de verborgenheid van het koninkrijk Gods te verstaan gegeven, maar dezen die buiten zijn, geschiedt alles in gelijkenissen,

Acts 10:22En zij zeiden: Kornelius, een hoofdman, een rechtvaardig en godvruchtig man, en die getuigenis heeft van het geheele volk der Joden, is door een heiligen engel van Gods wege vermaand om u naar zijn huis te ontbieden en van u woorden te hooren. En Petrus leidde hen binnen en herbergde hen.

1 Corinthians 5:12Want wat heb ik te oordeelen degenen die buiten de gemeente zijn? Oordeelt gij niet degenen die binnen de gemeente zijn?

2 Corinthians 6:3geen aanstoot gevende aan iemand, opdat niet de bediening zou gelasterd worden,

Colossians 4:5Wandelt in wijsheid bij degenen die buiten de gemeente zijn, den tijd waarnemende.

1 Thessalonians 5:22Onthoudt u van allen schijn des kwaads.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study 1 Timothy 3:7

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← 1 Timothy 3:61 Timothy 31 Timothy 3:8 →