The Bible Software
bible.software › 1 Timothy › 1 Timothy 5 › 1 Timothy 5:22

1 Timothy 5:22

Leg aan niemand haastelijk de handen op, en heb geen gemeenschap met de zonden van anderen. Bewaar u zelven rein.

Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge

In The King James Version

Lay hands suddenly on no man, neither be partaker of other men’s sins: keep thyself pure.

In Context

21Ik betuig voor het aangezicht van God en van Christus Jezus en van de uitverkoren engelen, dat gij deze dingen onderhoudt, zonder vooringenomenheid, niets doende naar voorliefde.

23Drink niet langer water, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en om uw menigvuldige zwakheden.

Read all of 1 Timothy 5

Cross References

Acts 6:6die zij voor de Apostelen stelden; en als deze gebeden hadden, leiden zij hun de handen op.

Acts 18:6Doch toen zij tegenstonden en lasterden, schudde hij zijn kleederen af en zeide tot hen: Uw bloed zij op uw hoofd! ik ben rein! van nu af zal ik tot de heidenen gaan!

Ephesians 5:11En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook veeleer,

1 Timothy 3:10En dezen moeten ook eerst op de proef gesteld worden en daarna mogen zij dienen als diakenen als zij onberispelijk zijn.

1 Timothy 4:14Verzuim niet de genadegave die in u is, die u gegeven is door profetie met oplegging der handen van het ouderlingschap.

2 Timothy 2:2En wat gij gehoord hebt van mij door veel getuigen, vertrouw gij dat toe aan getrouwe menschen, die bekwaam zullen zijn ook anderen te onderwijzen.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study 1 Timothy 5:22

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← 1 Timothy 5:211 Timothy 51 Timothy 5:23 →