The Bible Software
bible.software › 2 Thessalonians › 2 Thessalonians 3 › 2 Thessalonians 3:4

2 Thessalonians 3:4

En wij vertrouwen in den Heere van ulieden dat gij doet en doen zult wat wij gebieden.

Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge

In The King James Version

And we have confidence in the Lord touching you, that ye both do and will do the things which we command you.

In Context

3Doch de Heere is getrouw, die ulieden versterken zal en bewaren van het kwaad.

5Doch de Heere bestiere uw harten tot de liefde Gods en tot de volharding van Christus.

Read all of 2 Thessalonians 3

Cross References

Matthew 28:20En ziet, Ik ben met u al de dagen tot aan het einde der eeuw. Amen.

Romans 15:14Maar ik ben zelf overtuigd, mijn broeders, dat ook gijlieden vol zijt van goedheid, vervuld met alle kennis, ook machtig om elkander te vermanen.

1 Corinthians 7:19De besnijdenis is niets en de onbesnedenheid is niets, maar het onderhouden van Gods geboden.

2 Corinthians 2:3En ik heb dit zelfde geschreven opdat ik niet, als ik kom, droefheid zou hebben van degenen door wie ik verblijd moest worden, vertrouwende op u allen, dat mijn blijdschap uw aller blijdschap is.

2 Corinthians 7:15En zijn innerlijke genegenheden zijn te overvloediger tot u, als hij gedenkt aan de gehoorzaamheid van u allen, hoe gij hem met vreeze en beving ontvangen hebt.

Galatians 5:10Ik vertrouw van u in den Heere dat gij geen ander gevoelen hebt; maar die u beroert zal het oordeel dragen, wie hij ook zij.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study 2 Thessalonians 3:4

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← 2 Thessalonians 3:32 Thessalonians 32 Thessalonians 3:5 →