Acts 10:28
En hij zeide tot hen: Gijlieden weet dat het een joodsch man niet geoorloofd is zich te voegen of te gaan bij een vreemdeling; doch mij heeft God getoond geen mensch onheilig of onrein te houden.
Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge
In The King James Version
In Context
27En al sprekende met hem ging hij binnen en vond er velen vergaderd.
Cross References
John 4:9De samaritaansche vrouw zeide tot Hem: Wat? gij, die een Jood zijt, vraagt drinken van mij, die een samaritaansche vrouw ben? (Want de Joden gaan niet om met de Samaritanen.)
John 18:28Zij brachten dan Jezus van Kajafas naar het rechthuis. — Het was ‘s morgens vroeg. — En de Joden zelf gingen niet naar het rechthuis, opdat zij niet besmet zouden worden, maar het pascha zouden mogen eten.
Acts 10:34En Petrus opende den mond en zeide: Waarlijk, ik bemerk dat God geen aannemer des persoons is,
Acts 11:9doch de stem antwoordde ten tweeden male uit den hemel: Wat God gereinigd heeft is voor u niet onheilig!
Acts 22:21En Hij zeide tot mij: Ga heen, want Ik zal u verre weg tot de heidenen zenden!