Acts 2:14
Maar Petrus, daar staande met de elven, verhief zijn stem en zeide tot hen: Gij joodsche mannen, en gij allen die te Jerusalem woont! dit zij u bekend en neemt mijn woorden ter oore!
Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge
In The King James Version
In Context
13En anderen zeiden al spottende: Zij zijn vol zoeten wijn!
15Want dezen zijn niet dronken, zooals gij meent, want het is de derde uur van den dag.
Cross References
Acts 2:22Gij mannen Israëls! hoort deze woorden: Jezus den Nazarener, een man, dien God onder ulieden heeft aanzienlijk gemaakt door krachten, en mirakelen, en teekenen, die God door Hem in uw midden gedaan heeft, gelijk gij zelven weet,