The Bible Software
bible.software › John › John 1 › John 1:39

John 1:39

Zij nu zeiden tot Hem: Rabbi, (dat wil zeggen: Meester) waar woont Gij?

Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge

In The King James Version

He saith unto them, Come and see. They came and saw where he dwelt, and abode with him that day: for it was about the tenth hour.

In Context

38En Jezus keerde zich om en ziende dat zij Hem volgden, zeide Hij tot hen: Wat zoekt gij?

40Hij zeide tot hen: Komt en ziet! Zij kwamen dan en zagen waar Hij woonde. En zij bleven dien dag bij Hem. Het was omtrent de tiende ure.

Read all of John 1

Cross References

Matthew 11:28Komt tot Mij, gij allen die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u rust geven.

John 1:46Filippus vond Nathanaël en zeide tot hem: Waar Mozes in de wet van geschreven heeft en de profeten, dien hebben wij gevonden, Jezus, Jozefs zoon van Nazaret.

John 6:37Al wat de Vader Mij geeft zal tot Mij komen, en dengene, die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen

Acts 28:30En Paulus bleef twee volle jaren in een eigen gehuurde woning en hij ontving allen die tot hem kwamen.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study John 1:39

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesThe Fourfold GospelJohn LightfootGeneva Bible Notes (1599)
← John 1:38John 1John 1:40 →