Mark 3:34
En rondom ziende, op degenen die om Hem heen zaten, zeide Hij: Ziet, mijn moeder en mijn broeders!
Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge
In The King James Version
And he looked round about on them which sat about him, and said, Behold my mother and my brethren!
In Context
33En Hij antwoordde en zeide tot hen: Wie zijn mijn moeder of mijn broeders?;
35Want al wie den wil van God doet, die is mijn broeder, en zuster, en moeder.
Cross References
Matthew 12:49En zijn hand uitstrekkende over zijn discipelen, zeide Hij: Ziet mijn moeder en mijn broeders.
Matthew 28:10Toen zeide Jezus tot haar: Vreest niet! gaat heen, boodschapt aan mijn broederen dat zij naar Galilea moeten gaan en daar zullen zij Mij zien.
John 20:17Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgeklommen tot mijn Vader! maar ga heen tot mijn broeders en zeg tot hen: Ik klim op tot mijn Vader en uw Vader, en tot mijn God en uw God.
Hebrews 2:11Want zoowel Hij die heiligt als zij die geheiligd worden zijn allen uit Eén. Daarom schaamt Hij zich niet hen broeders te noemen,