Matthew 10:5
Deze twaalf zond Jezus uit en gebood hun, zeggende: Op den weg tot de heidenen zult gij niet gaan, en in een stad der Samaritanen zult gij niet treden.
Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge
In The King James Version
In Context
4Simon, de Kananeër en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.
6Maar gaat liever tot de verloren schapen van het huis Israëls.
Cross References
Matthew 4:15Het land Zebulon en Nephtalim, aan den weg der zee, over den Jordaan, Galilea der volken;
Luke 9:2en zond hen heen om te prediken het koninkrijk Gods en om kranken te genezen.
Luke 10:1Na dezen wees de Heere nog zeventig anderen aan, en zond hen twee aan twee voor zijn aangezicht uit, naar iedere stad en plaats waar Hij zelf komen zou.
Luke 17:16En hij viel op het aangezicht bij zijn voeten, Hem dankende. En deze was een Samaritaan.
John 4:9De samaritaansche vrouw zeide tot Hem: Wat? gij, die een Jood zijt, vraagt drinken van mij, die een samaritaansche vrouw ben? (Want de Joden gaan niet om met de Samaritanen.)
John 4:22Gijlieden aanbidt wat gij niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de verlossing is uit de Joden.