Matthew 14:33
En die in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gods Zoon zijt Gij!
Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge
In The King James Version
Then they that were in the ship came and worshipped him, saying, Of a truth thou art the Son of God.
In Context
32En toen zij in het schip geklommen waren, bedaarde de wind.
34Toen zij nu overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennezareth.
Cross References
Matthew 4:3En de bekoorder kwam tot Hem en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan dat deze steenen brooden worden.
Matthew 16:16Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods!
Matthew 26:63Maar Jezus zweeg. En de hoogepriester antwoordde en zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt of Gij de Christus zijt, de Zoon van God!
Matthew 27:54De hoofdman nu en die met hem waren en Jezus bewaakten, ziende de aardbeving en wat er geschied was, werden zeer bevreesd en zeiden: Waarlijk, Gods Zoon was deze!
Matthew 28:17En als zij Hem zagen, aanbaden zij Hem; doch sommigen twijfelden.