Matthew 27:29
En zij vlochten een kroon van doornen en die zetten zij op zijn hoofd, en een rietstok in zijn rechterhand. En zij knielden voor Hem neder en bespotten Hem, zeggende: Gegroet, Gij, koning der Joden!
Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge
In The King James Version
In Context
28En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een scharlaken mantel om.
30En zij spuwden op Hem en namen den rietstok en sloegen Hem op zijn hoofd.
Cross References
Matthew 26:49En terstond kwam hij op Jezus toe en zeide: Gegroet Meester! en hij kuste Hem.
Mark 15:18En zij begonnen Hem te begroeten: Wees gegroet, koning der Joden!
John 19:2En de soldaten vlochten een kroon uit doornen en zetten Hem die op het hoofd, en wierpen Hem een purperen kleed om,