2 Koningen 19:26
Daarom waren haar inwoners handeloos; zij waren verslagen en beschaamd; zij waren als het gras des velds, en de groene grasscheutjes, het hooi der daken, en het brandkoren, eer het over einde staat.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
27Maar Ik weet uw zitten, en uw uitgaan, en uw inkomen, en uw woeden tegen Mij.
Cross References
Numbers 11:23Doch de HEERE zeide tot Mozes: Zou dan des HEEREN hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet.
Psalms 48:4(48:5) Want ziet, de koningen waren vergaderd; zij waren te zamen doorgetogen.
Psalms 102:11(102:12) Mijn dagen zijn als een afgaande schaduw, en ik verdor als gras.
Psalms 129:6Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;
Jeremiah 37:10Want al sloegt gijlieden het ganse heir der Chaldeen, die tegen u strijden, en er bleven van hen enige verwonde mannen over, zo zouden zich die, een iegelijk in zijn tent, opmaken, en deze stad met vuur verbranden.
Jeremiah 51:30Babels helden hebben opgehouden te strijden, zij zijn gebleven in de vestingen, hun macht is bezweken, zij zijn tot wijven geworden; zij hebben hun woningen aangestoken, hun grendels zijn verbroken.