The Bible Software
bible.software › 2 Thessalonicenzen › 2 Thessalonicenzen 3 › 2 Thessalonicenzen 3:7

2 Thessalonicenzen 3:7

Want gijzelven weet, hoe men ons behoort na te volgen; want wij hebben ons niet ongeregeld gedragen onder u;

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

For yourselves know how ye ought to follow us: for we behaved not ourselves disorderly among you;

In Context

6En wij bevelen u, broeders, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij u onttrekt van een iegelijk broeder, die ongeregeld wandelt, en niet naar de inzetting, die hij van ons ontvangen heeft.

8En wij hebben geen brood bij iemand gegeten voor niet, maar in arbeid en moeite, nacht en dag werkende, opdat wij niet iemand van u zouden lastig zijn;

Read all of 2 Thessalonicenzen 3

Cross References

Proverbs 31:18Teth. Zij smaakt, dat haar koophandel goed is; haar lamp gaat des nachts niet uit.

1 Corinthians 11:1Weest mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus.

Philippians 4:9Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.

1 Thessalonians 2:10Gij zijt getuigen, en God, hoe heilig, en rechtvaardig, en onberispelijk wij u, die gelooft, geweest zijn.

2 Thessalonians 3:9Niet, dat wij de macht niet hebben, maar opdat wij onszelven u geven zouden tot een voorbeeld, om ons na te volgen.

Titus 2:7Betoon uzelven in alles een voorbeeld van goede werken, betoon in de leer onvervalstheid, deftigheid, oprechtheid;

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study 2 Thessalonicenzen 3:7

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← 2 Thessalonicenzen 3:62 Thessalonicenzen 32 Thessalonicenzen 3:8 →