Job 30:29
Ik ben den draken een broeder geworden, en een metgezel der jonge struisen.
Dutch Statenvertaling Bijbel
In The King James Version
I am a brother to dragons, and a companion to owls.
In Context
28Ik ga zwart daarheen, niet van de zon; opstaande schreeuw ik in de gemeente.
30Mijn huid is zwart geworden over mij, en mijn gebeente is ontstoken van dorrigheid.
Cross References
Job 17:14Tot de groeve roep ik: Gij zijt mijn vader! Tot het gewormte: Mijn moeder, en mijn zuster!
Psalms 102:6Mijn gebeente kleeft aan mijn vlees, vanwege de stem mijns zuchtens.
Isaiah 13:21Maar daar zullen nederliggen de wilde dieren der woestijnen, en hun huizen zullen vervuld worden met schrikkelijke gedierten, en daar zullen de jonge struisen wonen, en de duivelen zullen er huppelen.
Micah 1:8Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen; ik zal beroofd en naakt gaan; ik zal misbaar maken als de draken, en treuren als de jonge struisen.