The Bible Software
bible.software › Lukas › Lukas 1 › Lukas 1:75

Lukas 1:75

In heiligheid en gerechtigheid voor Hem, al de dagen onzes levens.

Dutch Statenvertaling Bijbel

In The King James Version

In holiness and righteousness before him, all the days of our life.

In Context

74Dat wij, verlost zijnde uit de hand onzer vijanden, Hem dienen zouden zonder vreze.

76En gij, kindeken, zult een profeet des Allerhoogsten genaamd worden; want gij zult voor het aangezicht des Heeren heengaan, om Zijn wegen te bereiden;

Read all of Lukas 1

Cross References

Deuteronomy 6:2Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden.

Jeremiah 31:33Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.

Ezekiel 36:24Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen.

Ephesians 1:4Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;

Ephesians 4:24En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.

1 Thessalonians 4:7Want God heeft ons niet geroepen tot onreinigheid, maar tot heiligmaking.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study Lukas 1:75

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesThe Fourfold GospelJohn LightfootGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← Lukas 1:74Lukas 1Lukas 1:76 →