Spreuken 10:18
Die den haat bedekt, is van valse lippen, en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot.
Dutch Statenvertaling Bijbel
In The King James Version
He that hideth hatred with lying lips, and he that uttereth a slander, is a fool.
In Context
Cross References
Leviticus 19:16Gij zult niet wandelen als een achterklapper onder uw volken; gij zult niet staan tegen het bloed van uw naaste; Ik ben de HEERE!
1 Samuel 18:29Toen vreesde zich Saul nog meer voor David; en Saul was David een vijand al zijn dagen.
2 Samuel 11:8Daarna zeide David tot Uria: Ga af naar uw huis, en was uw voeten. En toen Uria uit des konings huis uitging, volgde hem een gerecht des konings achterna.
2 Samuel 20:9En Joab zeide tot Amasa: Is het wel met u, mijn broeder? En Joab vatte met de rechterhand den baard van Amasa, om hem te kussen.
Psalms 12:2Behoud, o HEERE; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen.
Psalms 50:20Gij zit, gij spreekt tegen uw broeder; tegen den zoon uwer moeder geeft gij lastering uit.