Psalmen 50:20
Gij zit, gij spreekt tegen uw broeder; tegen den zoon uwer moeder geeft gij lastering uit.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Thou sittest and speakest against thy brother; thou slanderest thine own mother’s son.
In Context
19Uw mond slaat gij in het kwade, en uw tong koppelt bedrog.
Cross References
Psalms 31:18(31:19) Laat de valse lippen stom worden, die hard spreken tegen den rechtvaardige, in hoogmoed en verachting.
Matthew 5:11Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil.
Luke 22:65En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende.
Titus 2:3De oude vrouwen insgelijks, dat zij in haar dracht zijn, gelijk den heiligen betaamt, dat zij geen lasteressen zijn, zich niet tot veel wijns begevende, maar leraressen zijn van het goede;