Psalmen 119:110
De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
The wicked have laid a snare for me: yet I erred not from thy precepts.
In Context
109Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.
111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.
Cross References
Psalms 10:8Hij zit in de achterlage der hoeven, in verborgene plaatsen doodt hij den onschuldige; zijn ogen verbergen zich tegen den arme.
Psalms 57:7(57:8) Mijn hart is bereid, o God! mijn hart is bereid; ik zal zingen, en psalmzingen.
Psalms 119:21Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen.
Psalms 119:85De hovaardigen hebben mij putten gegraven, hetwelk niet is naar Uw wet.
Psalms 119:95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.
Psalms 140:5(140:6) De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.