Psalmen 129:7
Waarmede de maaier zijn hand niet vult, noch de garvenbinder zijn arm;
Dutch Statenvertaling Bijbel
In The King James Version
Wherewith the mower filleth not his hand; nor he that bindeth sheaves his bosom.
In Context
6Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;
Cross References
Psalms 126:6Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijn schoven.
Hosea 8:7Want zij hebben wind gezaaid, en zullen een wervelwind maaien; het zal geen staande koren hebben, het uitspruitsel zal geen meel maken; of het misschien maakte, vreemden zullen het verslinden.