Psalmen 66:12
Gij hadt den mens op ons hoofd doen rijden; wij waren in het vuur en in het water gekomen; maar Gij hebt ons uitgevoerd in een overvloeiende verversing.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
11Gij hadt ons in het net gebracht; Gij hadt een engen band om onze lenden gelegd;
13Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen,
Cross References
Job 5:19In zes benauwdheden zal Hij u verlossen, en in de zevende zal u het kwaad niet aanroeren.
Psalms 33:19Om hun ziel van den dood te redden, en om hen bij het leven te houden in den honger.
Psalms 107:35Hij stelt de woestijn tot een waterpoel, en het dorre land tot watertochten.
Isaiah 35:6Alsdan zal de kreupele springen als een hert, en de tong des stommen zal juichen; want in de woestijn zullen wateren uitbarsten, en beken in de wildernis.
Isaiah 43:2Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken.
Daniel 3:26Toen naderde Nebukadnezar tot de deur van den oven des brandenden vuurs, antwoordde en sprak: Gij Sadrach, Mesach en Abed-nego, gij knechten des allerhoogsten Gods! gaat uit en komt hier! Toen gingen Sadrach, Mesach en Abed-nego uit het midden des vuurs.