Genesis 1:24
En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
23Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.
Cross References
Genesis 7:14Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel.
Job 38:39(39:1) Zult gij voor den ouden leeuw roof jagen, of de graagheid der jonge leeuwen vervullen?
Job 39:5(39:8) Wie heeft den woudezel vrij henengezonden, en wie heeft de banden des wilden ezels gelost?
Job 39:19(39:22) Zult gij het paard sterkte geven? Kunt gij zijn hals met donder bekleden?
Psalms 50:9Ik zal uit uw huis geen var nemen, noch bokken uit uw kooien;
Psalms 104:23De mens gaat dan uit tot zijn werk, en naar zijn arbeid tot den avond toe.