Genesis 2:7
En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen den adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
6Maar een damp was opgegaan uit de aarde, en bevochtigde den gansen aardbodem.
Cross References
Genesis 3:19In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.
Genesis 7:22Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven.
Numbers 27:16Dat de HEERE, de God der geesten van alle vlees, een man stelle over deze vergadering.
Job 27:3Zo lang als mijn adem in mij zal zijn, en het geblaas Gods in mijn neus;
Job 33:6Zie, ik ben Godes, gelijk gij; uit het leem ben ik ook afgesneden.
Psalms 103:14Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde, dat wij stof zijn.