bible.software › Genesis › Genesis 2 › Genesis 2:6
Genesis 2:6
Maar een damp was opgegaan uit de aarde, en bevochtigde den gansen aardbodem.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
But there went up a mist from the earth, and watered the whole face of the ground.
In Context
5En allen struik des velds, eer hij in de aarde was, en al het kruid des velds, eer het uitsproot; want de HEERE God had niet doen regenen op de aarde, en er was geen mens geweest, om den aardbodem te bouwen.
7En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen den adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel.
Read all of Genesis 2
Cross References
Psalms 135:7Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort.
This Verse In Other Editions
Study Genesis 2:6