Job 29:16
Ik was den nooddruftigen een vader; en het geschil, dat ik niet wist, dat onderzocht ik.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
I was a father to the poor: and the cause which I knew not I searched out.
In Context
15Den blinden was ik tot ogen, en den kreupelen was ik tot voeten.
17En ik verbrak de baktanden des verkeerden, en wierp den roof uit zijn tanden.
Cross References
Exodus 18:26Dat zij het volk te allen tijde richtten, de harde zaak tot Mozes brachten, maar zij alle kleine zaak richtten.
Deuteronomy 17:8Wanneer een zaak aan het gericht voor u te zwaar zal zijn, tussen bloed en bloed, tussen rechtshandel en rechtshandel, tussen plage en plage, zijnde twistzaken in uw poorten, zo zult gij u opmaken en opgaan naar de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal;
1 Kings 3:16Toen kwamen er twee vrouwen, die hoeren waren, tot den koning; en zij stonden voor zijn aangezicht.
Job 24:4Zij doen de nooddruftigen wijken van den weg; te zamen versteken zich de ellendigen des lands.
Job 31:18(Want van mijn jonkheid af is hij bij mij opgetogen, als bij een vader, en van mijner moeders buik af heb ik haar geleid;)
Job 31:32De vreemdeling overnachtte niet op de straat; mijn deuren opende ik naar den weg;