Job 31:32
De vreemdeling overnachtte niet op de straat; mijn deuren opende ik naar den weg;
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
The stranger did not lodge in the street: but I opened my doors to the traveller.
In Context
33Zo ik, gelijk Adam, mijn overtredingen bedekt heb, door eigenliefde mijn misdaad verbergende!
Cross References
Judges 19:15En zij weken daarheen, dat zij inkwamen, om in Gibea te vernachten. Toen hij nu inkwam, zat hij neder in een straat der stad, want er was niemand, die hen in huis nam, om te vernachten.
Job 29:16Ik was den nooddruftigen een vader; en het geschil, dat ik niet wist, dat onderzocht ik.
Isaiah 58:7Is het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt?
Matthew 25:40En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.
Romans 12:13Deelt mede tot de behoeften der heiligen. Tracht naar herbergzaamheid.
Hebrews 13:2Vergeet de herbergzaamheid niet; want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd.