Job 30:30
Mijn huid is zwart geworden over mij, en mijn gebeente is ontstoken van dorrigheid.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
My skin is black upon me, and my bones are burned with heat.
In Context
29Ik ben den draken een broeder geworden, en een metgezel der jonge struisen.
31Hierom is mijn harp tot een rouwklage geworden, en mijn orgel tot een stem der wenenden.
Cross References
Psalms 102:3(102:4) Want mijn dagen zijn vergaan als rook, en mijn gebeenten zijn uitgebrand als een haard.
Psalms 119:83Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten.
Lamentations 4:8Cheth. Maar nu is hun gedaante verduisterd van zwartigheid, men kent hen niet op de straten; hun huid kleeft aan hun beenderen, zij is verdord, zij is geworden als een hout.