John 10:8
Allen, zovelen als er voor Mij zijn gekomen, zijn dieven en moordenaars; maar de schapen hebben hen niet gehoord.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
All that ever came before me are thieves and robbers: but the sheep did not hear them.
In Context
7Jezus dan zeide wederom tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Ik ben de Deur der schapen.
Cross References
Jeremiah 23:1Wee den herderen, die de schapen Mijner weide ombrengen en verstrooien! spreekt de HEERE.
Ezekiel 34:2Mensenkind! profeteer tegen de herders van Israel; profeteer en zeg tot hen, tot de herders: Alzo zegt de Heere HEERE: Wee den herderen Israels, die zichzelven weiden! zullen niet de herders de schapen weiden?
Zechariah 11:4Alzo zegt de HEERE, mijn God: Weidt deze slachtschapen.
John 10:1Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Die niet ingaat door de deur in den stal der schapen, maar van elders inklimt, die is een dief en moordenaar.
John 10:27Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij.