Proverbs 26:28
Een valse tong haat degenen, die zij verbrijzelt; en een gladde mond maakt omstoting.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
A lying tongue hateth those that are afflicted by it; and a flattering mouth worketh ruin.
In Context
27Die een kuil graaft, zal er in vallen, en die een steen wentelt, op hem zal hij wederkeren.
Cross References
Proverbs 2:16Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;
Proverbs 7:5Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.
Proverbs 29:5Een man, die zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor deszelfs gangen.
John 8:40Maar nu zoekt gij Mij te doden, een Mens, Die u de waarheid gesproken heb, welke Ik van God gehoord heb. Dat deed Abraham niet.
John 10:32Jezus antwoordde hun: Ik heb u vele treffelijke werken getoond van Mijn Vader; om welk werk van die stenigt gij Mij?