Psalmen 18:39
(18:40) Want Gij omgorddet mij met kracht ten strijde; Gij deedt onder mij nederbukken, die tegen mij opstonden.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
38(18:39) Ik doorstak hen, dat zij niet weder konden opstaan; zij vielen onder mijn voeten.
40(18:41) En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, en mijn haters, die vernielde ik.
Cross References
2 Samuel 22:40Want Gij omgorddet mij met kracht ten strijde; Gij deedt onder mij nederbukken, die tegen mij opstonden.
Psalms 18:32(18:33) Het is God, die mij met kracht omgordt; en Hij heeft mijn weg volkomen gemaakt.
Psalms 66:3Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.
Isaiah 45:14Alzo zegt de HEERE: De arbeid der Egyptenaren en de koophandel der Moren en der Sabeers, der mannen van grote lengte, zullen tot u overkomen, en zij zullen de uwe zijn, zij zullen u navolgen, in boeien zullen zij overkomen; en zij zullen zich voor u buigen, zij zullen u smeken, zeggende: Gewisselijk, God is in u, en er is anders geen God meer.
Ezekiel 30:24En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt.
1 Corinthians 15:25Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.