The Bible Software
bible.software › Psalmen › Psalmen 39 › Psalmen 39:9

Psalmen 39:9

(39:10) Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

I was dumb, I opened not my mouth; because thou didst it.

In Context

8(39:9) Verlos mij van al mijn overtredingen; en stel mij niet tot een smaad des dwazen.

10(39:11) Neem Uw plage van op mij weg, ik ben bezweken van de bestrijding Uwer hand.

Read all of Psalmen 39

Cross References

Leviticus 10:3En Mozes zeide tot Aaron: Dat is het, wat de HEERE gesproken heeft, zeggende: In degenen, die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden, en voor het aangezicht van al het volk zal Ik verheerlijkt worden. Doch Aaron zweeg stil.

2 Samuel 16:10Maar de koning zeide: Wat heb ik met u te doen, gij zonen van Zeruja? Ja, laat hem vloeken; want de HEERE toch heeft tot hem gezegd: Vloek David; wie zou dan zeggen: Waarom hebt gij alzo gedaan?

Job 2:10Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.

Psalms 38:13(38:14) Ik daarentegen ben als een dove, ik hoor niet, en als een stomme, die zijn mond niet opendoet.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Psalmen 39:9

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschCharles SpurgeonScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Psalmen 39:8Psalmen 39Psalmen 39:10 →