1 Kronieken 2:3
De zonen van Juda waren Er, Onan en Sjela; deze drie werden hem geschonken door Bat-Sjóea, de kanaänietische. Er, Juda’s oudste zoon, deugde niet in Jahweh’s ogen; daarom strafte Hij hem met de dood.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2Dan, Josef, Benjamin, Neftali, Gad en Aser.
4Zijn schoondochter Tamar schonk hem Fáres en Zara. Juda had dus in het geheel vijf kinderen.
Cross References
Genesis 38:3Zij werd zwanger, en baarde een zoon, dien ze Er noemde.
Genesis 38:5Daarna baarde zij nog een zoon, dien zij Sjela noemde. Zij bevond zich te Kezib, toen zij hem baarde.
Genesis 38:10Zijn gedrag was slecht in de ogen van Jahweh; zodat Hij ook hem liet sterven.
Numbers 26:19De zonen van Juda waren: Er en Onan. Er en Onan waren in het land Kanaän gestorven.
1 Chronicles 9:5Verder enige afstammelingen van Sjilo: namelijk Asaja de oudste, met zijn zonen.