1 Corinthiërs 10:19
Wat wil ik hiermee zeggen? Dat het offervlees iets is, of dat een afgod iets is?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
Cross References
Deuteronomy 32:21Zij hebben Mij geprikkeld door een god van niets, Mij door hun ijdelheden getart. Maar Ik zal hen prikkelen door een volk van niets, Hen tarten door een ijdel volk;
Isaiah 41:29Ze zijn allemaal niets, en hun werken zijn niets, Hun beelden enkel wind en lucht.
1 Corinthians 3:7En daarom, noch hij die plant, noch hij die begiet, betekent iets, maar God die wasdom geeft.
1 Corinthians 13:2Al heb ik de gave der profetie, Al bezit ik alle geheimen en kennis, Al heb ik het volle geloof, dat bergen verzet: Zonder liefde ben ik niets.