1 Corinthiërs 12:28
En in de Kerk heeft God den één aangesteld tot apostel, een ander tot profeet, een derde tot leraar; dan komen de wonderen, dan de gaven der genezing, hulpbetoon, bestuur, de veelheid van talen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
27Welnu, gij zijt het lichaam van Christus, en ieder in het bijzonder zijn leden.
29Zijn allen soms apostelen? Allen profeten? Allen leraars?
Cross References
Luke 6:14Simon, dien Hij ook Petrus noemde, en Andreas, zijn broer; Jakobus en Johannes; Filippus en Bartolomeüs;
Acts 13:1Er waren nu in de Kerk te Antiochië de volgende profeten en leraars: Bárnabas; Simon, bijgenaamd Niger; Lúcius, de Cyreneër; Mánahen, de zoogbroeder van den viervorst Herodes, en Saul.
Romans 12:6Welnu, we hebben verschillende gaven overeenkomstig de genade, die ons geschonken is: is het een profetie, men houde zich aan de maat des geloofs;
1 Corinthians 12:7En aan een ieder wordt de Geestesuiting geschonken, om er nut mee te stichten.
Ephesians 2:20gebouwd op de grondslag der Apostelen en Profeten, waarvan Christus Jesus de hoeksteen is.
Ephesians 4:11Hijzelf is het geweest, die sommigen tot apostelen heeft aangesteld, anderen tot profeten, evangelisten, herders en leraars;