1 Koningen 12:29
Het ene plaatste hij te Betel, en het andere bracht hij naar Dan.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And he set the one in Bethel, and the other put he in Dan.
In Context
Cross References
Genesis 12:8Vandaar reisde hij verder naar het bergland ten oosten van Betel, en sloeg zijn tent op tussen Betel ten westen en Ai ten oosten; daar bouwde hij een altaar voor Jahweh, en riep de naam van Jahweh aan.
Genesis 28:19Hij noemde die plaats Betel, terwijl de stad vroeger Loez had geheten.
Deuteronomy 34:1Daarna klom Moses uit de vlakten van Moab omhoog naar de berg Nebo, de top van de Pisga, die tegenover Jericho ligt. Daar toonde Jahweh hem het hele land: Gilad tot Dan,
Judges 18:27Zij namen dus het maaksel van Mika en zijn priester met zich mee, en overvielen Láisj met die rustige en onbezorgde bevolking. Ze joegen ze over de kling, en staken de stad in brand.
Judges 20:1Toen trokken alle Israëlieten uit, en kwam het volk, van Dan tot Beër-Sjéba en uit het land Gilad, als één man te zamen bij Jahweh te Mispa.
2 Kings 10:29Toch maakte ook Jehoe geen einde aan de zonde, waartoe Jeroboam, de zoon van Nebat, Israël had verleid met de gouden kalveren te Betel en Dan.