bible.software › 1 Samuël › 1 Samuël 12 › 1 Samuël 12:4
1 Samuël 12:4
Maar zij riepen: Néén, ge hebt ons niet afgezet of verongelijkt, en van niemand hebt ge wat dan ook aangenomen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And they said, Thou hast not defrauded us, nor oppressed us, neither hast thou taken ought of any man’s hand.
In Context
3Hier sta ik nu! Legt voor Jahweh en voor zijn gezalfde getuigenis over mij af! Wiens rund heb ik genomen of wiens ezel ontvreemd; wien heb ik afgezet of verongelijkt; van wien heb ik geschenken aangenomen, al was het een paar sandalen? Zegt het mij, dan kan ik mij verantwoorden.
5Toen sprak hij tot hen: Is Jahweh uw getuige, en is heden zijn gezalfde getuige, dat gij niets in mijn bezit hebt aangetroffen? En zij antwoordden: Ja!
Read all of 1 Samuël 12
Cross References
Psalms 37:5Laat Jahweh uw weg maar bestieren, Verlaat u op Hem: Hij zal hem banen;
3 John 1:12Over Demétrius is door allen een goede getuigenis afgelegd, ook door de Waarheid zelf; ook wij zelf getuigen het, en ge weet, dat onze getuigenis waarachtig is.
This Verse In Other Editions
Study 1 Samuël 12:4