The Bible Software
bible.software › 1 Thessalonicenzen › 1 Thessalonicenzen 2 › 1 Thessalonicenzen 2:18

1 Thessalonicenzen 2:18

Ik, Paulus zelf, wilde dus wel naar u heen gaan, éénmaal, tweemaal zelfs; maar de satan heeft het ons belet.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

Wherefore we would have come unto you, even I Paul, once and again; but Satan hindered us.

In Context

17Broeders, voor een korte tijd waren we van u verweesd naar het oog, maar niet naar het hart; met des te groter verlangen hebben we ons best gedaan, u weer te zien.

19Want wie anders dan gij is onze hoop, on e vreugde, onze gloriekroon voor het aanschijn van Jesus, onzen Heer, bij zijn komst?

Read all of 1 Thessalonicenzen 2

Cross References

Job 33:14Het is, omdat God slechts eenmaal spreekt, En het geen tweede keer herhaalt:

Matthew 4:10Toen sprak Jesus: Ga heen, satan; want er staat geschreven: “Gij zult den Heer uw God aanbidden, en Hem alleen dienen”.

Romans 15:22Dit is dan ook de reden, waarom ik telkens verhinderd werd, u te bezoeken.

2 Corinthians 11:12Maar ik doe het, en zal het blijven volhouden, om hun de kans te ontnemen, die er op uit zijn, om in dingen, waarop men groot kan gaan, helemaal aan ons gelijk te zijn.

Colossians 4:18De eigenhandige groet van mij: Paulus. Weest mijn boeien indachtig! De genade zij met u allen!

Philemon 1:9wil ik daarom toch liever een beroep op uw liefde doen. Zie, ik Paulus, een oud man en thans bovendien nog geboeid voor Christus Jesus,

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study 1 Thessalonicenzen 2:18

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← 1 Thessalonicenzen 2:171 Thessalonicenzen 21 Thessalonicenzen 2:19 →