2 Kronieken 2:6
Wie is eigenlijk in staat, een huis voor Hem te bouwen, wanneer de hemel, ja de hemel der hemelen Hem nog niet kan bevatten? Hoe zou ik Hem dus een tempel bouwen, tenzij om daar voor Hem te offeren?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
5De tempel, die ik wil bouwen, moet groots zijn; want onze God is de grootste van alle goden.
Cross References
Exodus 31:5om edelstenen te graveren en te zetten, om hout te bewerken, kortom voor elk soort van werk.
Deuteronomy 12:11dan zult ge naar de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om daar zijn Naam te vestigen, alles brengen, wat ik u heb bevolen: uw brand- en slachtoffers, uw tienden en cijnzen, en al het puik van uw gelofte-offers, die gij aan Jahweh beloofd hebt.
Deuteronomy 12:26Maar de heilige gaven, die uw eigendom zijn, en uw gelofte-offers moet ge naar de plaats brengen, die Jahweh zal uitverkiezen.
1 Kings 7:13Nu ontbood koning Salomon een zekeren Choeram uit Tyrus.
1 Kings 8:27Maar zou God dan werkelijk op aarde wonen? Zie de hemel, zelfs de hemel der hemelen, kan U niet bevatten; hoe dan dit huis, dat ik heb gebouwd!
1 Chronicles 29:14Want wie ben ik zelf, en wat is mijn volk, dat wij in staat zouden zijn, zoveel gaven te offeren? Neen, van U komt dit alles, en wij offeren U slechts wat uit uw hand is gekomen.