2 Koningen 10:26
smeten de heilige palen van Báal naar buiten, en verbrandden ze;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And they brought forth the images out of the house of Baal, and burned them.
In Context
Cross References
2 Samuel 5:21De afgodsbeelden, die de Filistijnen in de steek gelaten hadden, namen David en zijn manschappen mee.
1 Kings 15:13Ook zette hij zijn moeder Maäka als gebiedster af, omdat zij een schandbeeld van Asjera gemaakt had. Asa sloeg dit schandbeeld neer en verbrandde het in het Kedrondal.
2 Kings 11:18Toen liep al het gewone volk naar de tempel van Báal en verwoestte hem; zij vernielden de altaren, sloegen de beelden kort en klein, en doodden den Báalpriester Mattan voor het altaar. Nadat de priester Jehojada wachtposten in de tempel van Jahweh had geplaatst,
2 Kings 19:18Ze hebben ook hun goden in het vuur geworpen en vernield; want ze waren geen god, maar enkel het werk van mensenhanden, van hout en van steen.
2 Kings 23:6Het beeld van Asjera bracht hij uit de tempel van Jahweh naar het Kedrondal buiten Jerusalem, waar hij het verbrandde en vergruisde; het stof wierp hij op de begraafplaats van het gewone volk.
1 Chronicles 14:12Ze lieten daar hun goden achter, die op bevel van David verbrand werden.