2 Koningen 19:26
Haar bewoners machteloos zijn, Verschrikt en beschaamd. Ze moesten zijn als kruid op het veld, Als tengere planten; Als gras op het dak, Dat verdort, eer het opschiet.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
27Maar Ik ken uw opstaan en zitten, Uw gaan en uw komen;
Cross References
Numbers 11:23Jahweh gaf Moses ten antwoord: Is Jahweh’s hand soms te kort? Nu zult ge zien, of mijn woord uitkomt, of niet!
Psalms 48:4Want zie, de koningen hadden zich met elkander verbonden, En rukten gezamenlijk aan;
Psalms 102:11Mijn dagen vlieden heen als een schaduw, Ik kwijn weg als het gras.
Psalms 129:6Ze zullen worden als gras op de daken, Dat vóór het opschiet, verdort;
Jeremiah 37:10Neen, al zoudt gij het hele leger der Chaldeën verslaan, die tegen u strijden, zodat er maar enkele gewonden in hun tenten bleven liggen, dan zouden die opstaan, en deze stad in vlammen doen opgaan.
Jeremiah 51:30De helden van Babel staken de strijd, En sluiten zich op in de burchten; Hun moed is verdwenen, vrouwen zijn ze geworden, De krijgers van schrik overmand.