The Bible Software
bible.software › 2 Koningen › 2 Koningen 19 › 2 Koningen 19:27

2 Koningen 19:27

Maar Ik ken uw opstaan en zitten, Uw gaan en uw komen;

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

But I know thy abode, and thy going out, and thy coming in, and thy rage against me.

In Context

26Haar bewoners machteloos zijn, Verschrikt en beschaamd. Ze moesten zijn als kruid op het veld, Als tengere planten; Als gras op het dak, Dat verdort, eer het opschiet.

28Uw razen steeg tot Mij op, Uw tieren kwam Mij ter ore. Daarom sla Ik mijn ring door uw neus, Leg mijn toom aan uw lippen; En voer u terug langs de weg, Die gij kwaamt.

Read all of 2 Koningen 19

Cross References

Deuteronomy 28:6Gezegend gij bij uw komen, gezegend ook bij uw gaan!

Psalms 121:8Jahweh waakt over uw komen en gaan Van nu af tot in eeuwigheid.

Psalms 139:2Gij kent mijn zitten en staan, En verstaat mijn gedachten van verre.

Jeremiah 23:23Ben Ik enkel een God van dichtbij, spreekt Jahweh; Geen God uit de verte?

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study 2 Koningen 19:27

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← 2 Koningen 19:262 Koningen 192 Koningen 19:28 →